Op deze pagina lees je wat er in dat logboek moet staan en hoe dat per diersoort uitpakt.
Redactie DokterVeld
Samengesteld op basis van RVO, NVWA en de EU-diergeneesmiddelenwet
Dit hoort in je logboek
De kern van de administratieplicht: je moet per behandeling kunnen laten zien wat er is gebeurd. Denk aan:
- welk middel is gebruikt (naam en registratienummer);
- welk dier of welke groep dieren behandeld is;
- de datum van de behandeling en de dosering;
- wie het middel heeft toegediend (jijzelf of de dierenarts);
- de wachttijd die voor melk en/of vlees geldt;
- aankoopbonnen en verklaringen van de dierenarts als bewijs bij de registratie.
De administratie moet je minimaal 5 jaar bewaren (artikel 108, vijfde lid, van EU-verordening 2019/6). Raadpleeg voor de precieze eisen de actuele informatie van de Rijksoverheid.
Zo pakt het uit per diersoort
Schapen
Als schapenhouder registreer je elke behandeling: ontwormen, vaccinaties, antibiotica via de dierenarts, maar ook middelen tegen myiasis. Juist bij schapen wordt vaak koppelgewijs behandeld. Noteer dan welke groep het betreft en of er dieren zijn overgeslagen.
Let op de combinatie met slacht: lever je lammeren of slachtschapen af, dan moet uit je logboek blijken dat alle wachttijden verstreken zijn.
Geiten
Voor geiten geldt dezelfde administratieplicht als voor schapen. Extra aandachtspunt: veel behandelingen bij geiten gebeuren met middelen die niet specifiek voor geiten geregistreerd zijn. Je dierenarts past dan de cascaderegeling toe en bepaalt de wachttijd. Noteer die expliciet in je logboek.
Melk je je geiten, dan is de wachttijd op melk onderdeel van je registratie, ook bij verwerking voor eigen gebruik.
Paarden
Bij paarden loopt medicatieregistratie deels via het paspoort. Of en wat er bijgeschreven moet worden hangt af van de slachtstatus: een paard dat voor de voedselketen behouden blijft, kent strengere registratie-eisen voor bepaalde middelen.
Daarnaast is een eigen dossier per paard goud waard: vaccinaties, ontwormingen, gebit en blessures op één plek voorkomt dubbele behandelingen en discussie bij verkoop.
Runderen
Rundveehouders werken binnen het bedrijfsbehandelplan dat met de vaste dierenarts is opgesteld. Antibiotica vallen onder de UDD-regeling: in principe dient de dierenarts ze toe, met uitzonderingen die in het plan staan. Elke toediening, door wie dan ook, hoort in de administratie.
Bij afvoer naar de slacht komt daar de voedselketeninformatie (VKI) bij: een sluitend logboek is de basis om die snel en correct in te vullen.
En als de NVWA langskomt?
De NVWA houdt toezicht op het gebruik van diergeneesmiddelen. Bij een controle wil de inspecteur je administratie kunnen inzien en die naast je I&R-gegevens en de voorraad in je medicijnkast leggen. Een logboek dat klopt en compleet is, maakt zo'n bezoek een formaliteit in plaats van een stresstest. Zorg dus dat registreren een gewoonte is: direct na de behandeling, niet aan het eind van de maand.

