Het lammerseizoen is de drukste en meest bepalende periode van het jaar. In korte tijd wordt er veel besloten: wanneer grijp je in, wanneer bel je de dierenarts, wat leg je vast? Deze checklist helpt je om goed voorbereid het seizoen in te gaan, zonder achteraf iets te vergeten.
Redactie DokterVeld
Samengesteld op basis van RVO, NVWA en de EU-diergeneesmiddelenwet
Voor het aflammeren: zo bereid je je voor
Een rustige aanloop maakt het verschil. Wacht niet tot de eerste geit in het lamhok staat.
- Drachtcontrole. Weet welke geiten drachtig zijn en wanneer ze ongeveer worden verwacht. Noteer de dekdatum of inseminatiedatum als referentie; de draagtijd van een geit is gemiddeld 150 dagen.
- Voeding op orde. In de laatste weken van de dracht stijgt de energiebehoefte sterk. Te weinig energie in deze fase verhoogt het risico op drachtigheidsziekte (ketose). Overleg met je dierenarts of voedingsadviseur.
- Aflamruimte schoonmaken en instrooien. Een schone, droge plek vermindert infectiedruk voor pasgeboren lammeren.
- Materialen klaarzetten: jodium (navelontsmetting), schone handdoeken of papier, handschoenen, een warmtelamp of -box voor zwakke lammeren, en biestpakketten of ingevroren biest als reserve.
- Oormerken bestellen. Zorg dat je erkende oormerken op voorraad hebt voordat het seizoen begint.
Tijdens het aflammeren: wanneer ingrijpen?
De meeste geiten lammeren zonder problemen. Toch is het goed om te weten wanneer je zelf kunt helpen en wanneer je de dierenarts moet bellen.
- Actieve persweeën zonder voortgang. Als een geit langer dan 30 tot 45 minuten actief prest zonder dat er een lam komt, is ingrijpen of bellen nodig. Overleg met je dierenarts over de precieze grens.
- Afwijkende ligging van het lam. Als je voelt dat een lam niet in de normale presentatie (kopjes op voorpootjes) zit, bel dan direct de dierenarts.
- Zwak of niet-opstaand lam na de geboorte. Wacht niet af. Zie de sectie over zwakke lammeren hieronder.
Na de geboorte: de eerste uren zijn bepalend
De eerste uren na de geboorte zijn cruciaal voor de overlevingskans van het lam.
- Biest binnen de eerste uren. Lammeren moeten zo snel mogelijk biest krijgen, bij voorkeur binnen één à twee uur na de geboorte. De darmwand is het meest doorlaatbaar voor antistoffen (IgG) in de eerste 6 tot 12 uur na de geboorte; daarna neemt de opnamecapaciteit snel af en na 24 uur is nauwelijks nog opname mogelijk. Hoe eerder de biest, hoe beter de bescherming.
- Hoeveelheid biest. Een lam heeft in de eerste levensdagen bijna 250–300 ml per voeding nodig. Geef het in meerdere kleine porties en controleer of het lam actief drinkt; slapte of hypothermie verslechtert de opname.
- Navelontsmetting. Ontsmette de navel direct na de geboorte met jodiumtinctuur om infectie via de navel (navelontsteking, omphalitis) te voorkomen.
- Moeder-lamband controleren. Kijk of de moeder het lam accepteert. Geiten die voor het eerst lammeren, herkennen hun lam soms niet direct.
Registratie: wat en wanneer melden?
Als geitenhouder ben je verplicht de geboorte van een lam te melden in het I&R-systeem van RVO. De termijn hangt af van je houderijtype:
- Melkgeitenhouders met 50 of meer melkgeiten moeten een geboorte melden binnen 7 kalenderdagen na de geboortedatum.
- Overige geitenhouders (hobby, vlees, kleinschalig): uiterlijk 6 maanden na de geboorte, maar altijd vóórdat het dier de locatie verlaat. Raadpleeg de actuele I&R-regelgeving op rvo.nl of overleg met je dierenarts, want termijnen kunnen wijzigen.
- Oormerken. Meld ook welk oormerk je hebt aangebracht. Gebruik uitsluitend goedgekeurde, erkende oormerken.
- Afstamming vastleggen. Noteer het moederdier van elk lam, zodat je koppelgeschiedenis klopt.
Meer over de administratieplicht voor behandelingen lees je op de pagina logboekplicht.
Behandelingen van moeder en lam vastleggen
Elke behandeling met een diergeneesmiddel, bij het moederdier én bij het lam, moet in je medicijnlogboek. Dit geldt ook voor ontworming, vaccinaties en antibiotica. Noteer:
- datum, middel en registratienummer;
- welk dier (bij naam of oormerk);
- dosering;
- wachttijd op vlees en, bij melkgeiten, op melk, inclusief de datum waarop de wachttijd afloopt. Zie ook de pagina melkgeiten en wachttijden op melk.
Veelvoorkomende problemen kort belicht
Zwakke lammeren kunnen ontstaan door hypothermie, onvoldoende biest of infectie. Breng een zwak lam eerst op temperatuur (warmtelamp of warm water) voordat je probeert het te laten drinken; koude lammeren verteren biest slecht. Maak een foto en noteer het verloop. Die informatie is waardevol als je later de dierenarts raadpleegt.
Uierproblemen bij de moeder (mastitis, te strak uier) beïnvloeden direct de biestopname. Controleer de uier kort na het aflammeren en leg afwijkingen vast, ook als je besluit even af te wachten.
Ontworming rondom het aflammeren. De periode rond het lammeren is een moment waarop de weerstand van de moedergeit daalt en de wormen-ei-uitscheiding tijdelijk kan stijgen (het "peri-partum"-effect). Bespreek met je dierenarts of en wanneer behandelen zinvol is, en doe bij voorkeur eerst mestonderzoek.