Binnenkort beschikbaar

Paard ontwormen: eerst mestonderzoek, dan pas kuren

Vroeger ontwormdde je een paard vier keer per jaar, gewoon omdat het erbij hoorde. Inmiddels weten we beter: standaard blind kuren werkt resistentie bij paardenwormen in de hand, en er zijn nauwelijks nieuwe middelen in ontwikkeling. De moderne aanpak begint met mestonderzoek. Daarna weet je of, wie en met welk middel je moet behandelen.

Redactie DokterVeld

Samengesteld op basis van RVO, NVWA en de EU-diergeneesmiddelenwet

Waarom resistentie het echte probleem is

Paardenwormen, en dan met name de kleine strongyliden (cyathostominae), zijn de meest voorkomende parasiet bij paarden in Nederland. Ze komen in enorme aantallen voor en kunnen bij massale activering ernstige darmklachten veroorzaken. Het probleem is dat ze inmiddels resistent zijn tegen een aantal veelgebruikte werkzame stoffen, waaronder de benzimidazolen.

Hoe vaker je een middel gebruikt zonder te weten of het nog werkt, hoe sneller de resistentie toeneemt. En nieuwe ontwormers voor paarden zijn er nauwelijks in de pijplijn. Dat maakt zorgvuldig gebruik van de bestaande middelen geen luxe maar een noodzaak.

Wat is een EPG-meting?

De basis van selectief ontwormen is het EPG-onderzoek (eieren per gram mest). Je stuurt een verse mestmonster op naar een laboratorium, dat telt hoeveel wormeieren er per gram aanwezig zijn. Op basis van die uitslag adviseert je dierenarts of behandeling nodig is.

Een gangbare drempelwaarde is EPG onder de 200: ontwormen is dan doorgaans niet nodig. Tussen 200 en 500 EPG hangt de beslissing af van de situatie (leeftijd, huisvesting, besmettingsdruk). Boven de 500 EPG is behandeling in de meeste gevallen aangewezen. Je dierenarts adviseert wat voor jouw paard geldt.

Voordeel van deze aanpak: je behandelt alleen de paarden die het daadwerkelijk nodig hebben. Lage uitschieter-dieren, zogeheten low shedders, zetten nauwelijks eieren uit en profiteren zelf weinig van ontworming.

Volwassen paarden versus veulens en jonge paarden

Veulens en paarden tot circa twee jaar oud hebben nog geen opgebouwde weerstand tegen spoelwormen (Parascaris). Dat is een ander type dan de strongyliden en vraagt om een ander behandelprotocol. Laat je dierenarts een schema adviseren dat aansluit op de leeftijd en de situatie op jouw erf.

Bij volwassen paarden staan kleine strongyliden centraal. Let op: in de winter kapselen deze wormen zich in de darmwand in en gaan als het ware in winterslaap. In die periode is mestonderzoek onbetrouwbaar; de eieren komen dan nauwelijks naar buiten.

Lintworm is een apart verhaal

De lintworm (Anoplocephala) is met gewoon mestonderzoek moeilijk te detecteren, omdat hij onregelmatig eipakketten uitscheidt. Daarvoor bestaat een aparte test: de Equisal-speekseltest. Dat is een snelle thuistest waarbij je met een wattenstaafje speeksel afneemt en dat naar het laboratorium opstuurt. Behandeling bij een positieve uitslag of op risico-indicatie gaat met praziquantel, een werkzame stof die in combinatiepreparaten voorkomt.

Timing door het jaar

Er is geen universeel ontwormschema dat voor elk paard geldt, maar een gangbare aanpak ziet er globaal zo uit:

  • Voorjaar en zomer: EPG-meting(en) per paard; behandel alleen wie boven de drempelwaarde zit.
  • Najaar/vroege winter: eventueel behandeling gericht op ingekapselde larven, afhankelijk van het klachtenbeeld en advies van je dierenarts.
  • Lintworm: bij voorkeur twee keer per jaar testen of behandelen (voorjaar en najaar).

Bespreek het schema altijd met je dierenarts. De situatie op een weide met twintig paarden verschilt sterk van die van één paard op een kleine paddock.

Wachttijden gelden ook bij paarden

Paarden die niet van de slacht zijn uitgesloten, vallen onder de reguliere voedselketen-regels: ook bij hen geldt een vleeswachttijd na gebruik van een ontwormer. Op de bijsluiter van elk middel staat welke wachttijd van toepassing is. Meer uitleg vind je op de wachttijden-pagina.

Wat leg je per behandeling vast?

Ontwormen is het gebruik van een diergeneesmiddel en hoort in de administratie. Noteer per paard:

  • de datum en de uitkomst van het mestonderzoek (EPG-waarde);
  • of je wel of niet behandeld hebt, en waarom;
  • het gebruikte middel, het registratienummer en de dosering;
  • de wachttijd en de datum waarop die afloopt;
  • indien van toepassing: de herhalingsmeting twee weken later om te controleren of de behandeling heeft aangeslagen.

Hoe de logboekplicht precies werkt, lees je op de logboekplicht-pagina. Over het vastleggen van alle gezondheidsgegevens per paard lees je meer op de dossier-pagina.

Meerjarig inzicht: wie is een high shedder?

Een van de voordelen van consequent meten en registreren is dat je na een paar jaar ziet welke paarden op jouw erf structureel hoog scoren op EPG. Die high shedders zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van de besmettingsdruk op de weide. Door ze te herkennen en gericht te behandelen, bescherm je ook de andere paarden, zonder dat je de hele groep keer op keer hoeft te behandelen.

Uitslagen, behandelingen en wachttijden per paard

In de DokterVeld-app leg je mestonderzoekresultaten, het gebruikte middel en de wachttijd per paard vast. Zo bouw je meerjarig inzicht op en zie je in één oogopslag welk paard wanneer aan de beurt is.

Binnenkort in deApp StoreBinnenkort opGoogle Play

De app is nog in ontwikkeling. Meld je aan als testgebruiker en krijg als eerste toegang.