Je paard heeft een behandeling gehad en over twee weken is er een wedstrijd. Mag je gewoon starten? Dat hangt niet alleen af van hoe je paard zich voelt, maar ook van wat er in zijn bloed of urine aantoonbaar is. De dopingregels van KNHS en FEI zijn strikt, en de verantwoordelijkheid ligt volledig bij jou als eigenaar of ruiter.
Redactie DokterVeld
Samengesteld op basis van RVO, NVWA en de EU-diergeneesmiddelenwet
KNHS en FEI: twee reglementen, één lijn
De KNHS hanteert een eigen Reglement Ongeoorloofde Middelen voor paarden, naast een apart dopingreglement voor ruiters (dat onder het Instituut Sportrechtspraak valt). Beide reglementen sluiten zo veel mogelijk aan op de internationale regels van de FEI, de wereldwijde paardensportorganisatie.
Neem je deel aan internationale FEI-wedstrijden, dan gelden de FEI-regels rechtstreeks. Op nationaal niveau volg je de KNHS-versie, maar in de kern komt het op hetzelfde neer: bepaalde stoffen zijn verboden, andere zijn gereguleerd, en testen kunnen op elk moment worden afgenomen, bij alle disciplines en alle niveaus.
Verboden stoffen versus gereguleerde medicatie
De FEI maakt onderscheid tussen twee categorieën:
- Verboden stoffen (doping): middelen die de prestatie kunnen beïnvloeden en nooit mogen worden aangetroffen in bloed of urine tijdens of rond wedstrijden. Bij een positieve test volgt altijd een disciplinaire procedure.
- Gecontroleerde medicatie: middelen die in de diergeneeskunde veel worden gebruikt, maar die tijdelijk verboden zijn rondom wedstrijddeelname. Denk aan bepaalde ontstekingsremmers zoals NSAID's: nuttig bij herstel, maar niet toegestaan tijdens een wedstrijd.
De actuele lijst van verboden en gecontroleerde stoffen wordt bijgehouden in de FEI Prohibited Substances Database (inside.fei.org/fei/cleansport) en via de FEI CleanSport-app. Die lijst kan veranderen, dus raadpleeg hem altijd opnieuw als je twijfelt over een specifiek middel.
Detectietijd is niet hetzelfde als wachttijd
Dit is een cruciaal onderscheid dat in de praktijk voor verrassingen zorgt. Een wachttijd is de periode na een behandeling waarna een voedselproducerend dier geslacht mag worden, vastgelegd bij de registratie van het middel en juridisch bindend.
Een detectietijd is iets anders: het is een indicatie van hoe lang een stof aantoonbaar blijft in bloed of urine. De FEI publiceert detectietijden voor een aantal stoffen als hulpmiddel voor eigenaren en dierenartsen.
Detectietijden zijn echter geen garantie. Ze variëren per paard, per dosering, per toedieningswijze en kunnen worden beïnvloed door factoren zoals conditie, lever- en nierfunctie, en omgevingstemperatuur. Baseer je wedstrijdplanning nooit alleen op een detectietijd. Bespreek het altijd met je dierenarts.
Strict liability: de eigenaar is altijd verantwoordelijk
Zowel KNHS als FEI hanteren het principe van strict liability: als een paard positief test, is de verantwoordelijke persoon altijd aansprakelijk, ongeacht hoe de stof in het lichaam van het paard is terechtgekomen. Bij FEI-wedstrijden is dat in de meeste disciplines de eigenaar (de zogeheten "Person Responsible"); bij de KNHS is dat de deelnemer die het paard inschrijft.
Dat betekent: ook als je per ongeluk een verkeerd middel hebt gegeven, als er sprake was van kruisbesmetting via voer of strooisel van een ander dier, of als iemand anders het paard heeft behandeld: jij draagt de verantwoordelijkheid. "Ik wist het niet" is geen geldige verdediging in een dopingprocedure, al kan het wel meewegen bij de bepaling van de sanctie.
Wat dit in de praktijk betekent
Een paar concrete stappen die je als eigenaar van een sportpaard kunt zetten:
- Leg elke behandeling vast met datum, middel en dosering, ook als het om een supplement of kruid gaat.
- Bespreek de wedstrijdkalender met je dierenarts vóór een behandeling, zodat hij of zij de detectietijden kan meewegen in de keuze voor een middel of dosering.
- Controleer supplementen en krachtvoer op de aanwezigheid van gecontroleerde stoffen. Sommige producten bevatten ingrediënten die op de FEI-lijst staan.
- Wees alert op de omgeving: urine van andere behandelde paarden in een gemeenschappelijk uitloopgebied of stal kan theoretisch voor besmetting zorgen.
Je dossier als voorbereiding
Een actueel medicatiedossier is bij wedstrijddeelname geen luxe maar een noodzaak. Als er een dopingcontrole plaatsvindt en je wordt gevraagd welke behandelingen er recent zijn geweest, wil je die informatie direct paraat hebben.
Meer over hoe je een compleet medicatiedossier bijhoudt en wat de koppeling is met het paspoort van je paard lees je op de pagina paspoort en medicatie en in het artikel over het medicijnlogboek voor paarden.